Oefening 26
"Pad van Energie"

ELEMENT "WATER"

1. Driehoek om de navel. Kantel de voeten op de buitenkant, op de binnenkant en weer op de voet-zolen. (1). Inademen.
2. Handen van elkaar en open je. (2). Uitademen.
3. Armen iets naar achteren en zak wat door je knieŽn.
(3).

4. Schep naar voren, inademen, kom omhoog, tot op borsthoogte en draai de handpalmen naar beneden en veer door de knieŽn. (Ga iets zitten.) (4). Uitademen.
5. Hou de armen voor je lichaam. (5).
6. Rug van de handen op de nieren leggen en op de tenen gaan staan. (6). Inademen.

7. Plof op de hakken, terwijl de armen naar voren komen, uitademen, veer door de knieŽn terwijl de hand-palmen naar boven gericht zijn. Kom in de houding als op de tekening. Leg de handen weer op de nieren. (7). Inademen.
8. Stap met de rechter voet naar achteren en open. (8). Uitademen. Handen weer op de nieren leggen inademen, en
9. stap met de linkervoet door naar achteren en open je. Sluit de rechtervoet bij. (9). Uitademen.

10. Handen op de nieren. Draai je bovenlichaam naar rechts. (10). Inademen.
11. Terwijl het bovenlichaam weer naar voren komt stap je met links voorwaarts uit. (11). Uitademen. Tegelijkertijd volgt de linkerarm in een cirkelvormige beweging. Sluit de rechtervoet bij. Leg je linkerhand weer op de rug. Inademen.
12. Stap nu met de rechtervoet en rechterarm uit. De linkervoet bij-trekken. (12). Uitademen.

13. Handen op de nieren, sta op de tenen (13) inademen, en
14. plof op de hakken zoals aangegeven op tekening nr. 14. Uitademen.





ELEMENT "HOUT"


1. Armen omhoog en rechterbeen naar achteren. (1). Inademen.
2. Armen opzij (2) en neer. (2a). Uitademen.
3. Armen omhoog en linkerbeen naar achteren. (3) Inademen.
4. Armen opzij (4) en neer. (4a). Uitademen.



5. Armen omhoog en rechterbeen naar achteren. (5). Inademen.
6. Armen opzij en neer. (6). Uitademen.
7. Armen omhoog en linkerbeen naar achteren. (7). Inademen.
8. Armen opzij en neer. Sluit bij. (8). Uitademen.





ELEMENT "VUUR"


1. Pinken (hartvinger) tegen mekaar voor de dantian en op een inademing omhoog komen op harthoogte. (1). Draai de polsen naar buiten en
2. Breng dan de armen naar voren, uitademen, (duwende beweging) en opzij (2) (= openen). Aandacht op je pinken. De armen maken een cirkelvormige beweging en komen op borsthoogte voor het lichaam voor mekaar. Inademen. Laat deze beweging vloeiend overgaan in de volgende beweging.
3. Leg je rechterhand op je linkerschouder (3), stap rechts naar voren uit en strijk tegelijkertijd de buitenkant van je linkerarm af naar je pink, die je tussen 2 vingers pakt en afstrijkt. (4). Uitademen. De linkerarm opent zich dus (naar voren en naar buiten). Na het afstrijken van arm en pink openen de armen zich (5) in een cirkelvormige beweging, inademen, en komen weer gebogen voor het lichaam op borsthoogte. Laat deze beweging vloeiend overgaan in de volgende beweging.


4. Leg nu je linkerhand op de rechterschouder (6) en strijk je rechterarm af, uitademen, naar de pink toe, die je tussen 2 vingers pakt en afstrijkt (7) terwijl je met je linkervoet verder door uitstapt. De rechterarm opent zich dus (naar voren en naar buiten). Sluit de rechtervoet bij. Na het afstrijken van arm en pink openen de armen zich (8) in een cirkelvormige beweging, inademen, en worden nu voor het lichaam, voor de dantian gebracht. Uitademen.


5. Pinken tegen mekaar voor de dantian en op een inademing omhoog komen op harthoogte. (9). Draai de polsen naar buiten en breng dan de armen naar voren (= duwende beweging) en opzij (10) (= openen). Uitademen. Maak de cirkel, inademen, af en breng de handen voor de dantian. Uitademen.





ELEMENT "AARDE"


1. Handen voor de dantian en optrek-ken, inademen, tot iets boven je hoofd. (1).
2. Handruggen op je hoofd leggen (bij het kruintje), uit-ademen, en iets door de knieŽn zinken en weer omhoog komen. (2). Inademen.
3. Strek de handen omhoog (handpalmen omhoog). (3).
4. Armen weer naar beneden laten zakken, voor het lichaam langs. (4). Uitademen.


5. Armen weer om-hoog brengen, in-ademen, en met het rechterbeen naar achteren stappen. (5).
6. Breng de armen naar voren en buig je. (6). Uitademen. De tenen van je linkervoet komen omhoog.
7. Handen wijzen weer naar omhoog. (7). Inademen.
8. Stap met je linkerbeen verder naar achteren en buig naar voren. (8). Uitademen. Tenen komen omhoog.


9. Handen voor het lichaam en naar boven brengen. (9). Sluit de rechtervoet bij. Inademen.
10. Handen boven het hoofd en zink door de knieŽn. Uit-ademen. Druk met je handen weer op je hoofd en kom recht. (10). Inademen.
11. Strek de armen boven je hoofd (11) en
12. breng ze terug naar beneden voor het lichaam langs. (12). Uitademen.





ELEMENT "METAAL"


1. Breng je handen vanaf de dantian omhoog, inademen, en leg je vingers op je keel. (1). Laat los en draai je polsen/handen naar buiten. (2).
2. De handen maken nu een duwende voorwaartse beweging (2), uitademen, zak ook iets door de knieŽn, kom omhoog en breng je vingers terug op je keel (3), inademen. Uitademen.
3. Strijk met je rechterhand over je linkerarm te beginnen bij de linker wijsvinger (4) naar je schouder en nek terwijl je met je linkerbeen naar voren stapt. (5), inademen. Uitademen.


4. Strijk nu met je linkerhand over je rechterarm, inademen, te beginnen bij de rechter wijsvinger (6) naar je schouder en nek terwijl je met je rechterbeen door naar voren stapt (7) en linkervoet bijtrekken. Uitademen.
5. Handen met handpalmen omhoog naar je heupen. (8). Inademen.
6. Wijsvingers gestrekt naar voren steken, door je knieŽn zakken en omhoog komen. (9). Uitademen.
7. Vingers op je keel leggen. (10). Inademen.


8. Draai je open naar links, door links uit te stappen terwijl de arm volgt. Uitademen. De wijsvinger is iets gestrekt (11) zoals op tekening 9 te zien is.
9. Draai terug, inademen, en zet je linkervoet weer naast je rechtervoet en leg dan je vingers weer op je keel. (12).
10. Draai je nu open naar rechts, uitademen, door rechts uit te stappen terwijl de arm volgt. (13).
11. Draai terug, inademen, en zet je rechtervoet weer naast je linkervoet en leg je vingers op je keel. (14). Uitademen.


12. Handen naar voren. (15). Inademen.
13. Vingers op je derde oog leggen en enkele ademhalingen zo blijven staan. (16). Uitademen. Handen over het gezicht, inademen, naar beneden laten zakken. Uitademen.
14. Maak de driehoek om de navel, inademn, kantel je voeten naar buiten, zoals in het begin, dan naar binnen en weer terug en aard een poosje. (17). Uitademen.

OPMERKING: Het is belangrijk om je eigen ademritme te volgen, zeker in het begin!!!




Oefening: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32

Terug naar "Tai Chi" startpagina